Het probleem met social media zijn de experts

In 2000 schreven we online over alles wat los en vast zat. Het maakte ons niets uit. We klikten rond als ware ontdekkingsreizigers en we logden ons reizen online om te delen met anderen. Op onze weblogs kwamen misschien een paar honderd mensen maar het maakte niet zoveel uit. We schreven omdat we konden schrijven en omdat we konden publiceren en omdat we zelf alles konden distribueren. Weblogsoftware in 2000 was vaak niet veel meer dan een titelbalk, een tekstvak en een knop “Publiceren”. Afbeeldingen toevoegen kon met omwegen, reacties bestonden nog niet, het RSS protocol lag onder vuur door de ego’s van de bedenkers en multimedia mogelijkheden waren al helemaal ondenkbaar. Maar dat maakte niet uit. De internationale blogosfeer ademde een sfeer van pionieren, ontdekken, proberen en gewoon doen.

Vier jaar later, eind 2004, stond ik met onder andere Marco Derksen (Marketingfacts) en Frank Janssen (Frankwatching) op de Emerce Update in Amsterdam. Ik vertelde over een onderzoek wat Marco had gedaan onder bloggers die hun weblog zakelijk in wilde zetten. Iets wat wij bij Rhinofly per ongeluk waren gaan doen toen ik in 2002 met Frank-ly begon. Frank vertelde over zijn passie voor kennis verzamelen en delen wat uiteindelijk Frankwatching is geworden. Marco liet een snel veranderend medialandschap zien. Achteraf bleek die bijeenkomst voor een aantal marketeers en communicatieprofessionals cruciaal om te starten met een eigen zakelijk weblog. Het piketpaaltjes slaan was begonnen. De zakelijke blogosfeer explodeerde in 2005 om in 2006 weer even hard in te storten. Het bleek toch iets meer werk te zijn dan “10 Stappen om Zakelijk Blog Succes te Behalen”.

In 2007 organiseerde ik de Dutch Bloggies. En van de juryleden was Erwin Blom. Ik was zijn blog recent gaan volgen en gecharmeerd door zijn manier van schrijven en zijn insteek om techniek te gebruiken. Ga het proberen om er over te kunnen praten en keuzes te kunnen maken of je het wel of niet inzet. Erwin was net in Austin geweest, op SXSW. Op die conferentie sprak iedereen over een nieuwe applicatie, Twitter. Ik had het al wel eens gezien, had er zelf over geschreven in 2006 maar begreep de heisa niet helemaal. Toch besloot ik om Twitter eens te proberen. In een tijd dat Twitter nog geen mentions, hashtags, activity-tab, retweets, lists, media-opslag en businessmodel had. En erg vaak niet werkte omdat ze zelf niet hadden gerekend op zo’n toestroom van nieuwe gebruikers wereldwijd. Wederom een tijd van pionieren, ontdekken, proberen en gewoon doen.

Een jaar later, in 2008 ontdekt de (internationale) zakelijke markt Twitter en andere online applicaties. De wereld was aan het veranderen en bedrijven en merken moeten snel mee veranderen. Een fraaie broedplaats voor nieuwe beroepen als Social Media Expert, Communitymanager en Conversation Manager. Niets mis met die functies trouwens. Maar de geschiedenis herhaalt zich. Echter nu in een sneller tempo. Boeken, cursussen, workshops, masterclasses en opleidingen worden in een razend tempo ontwikkeld om de digitale achterhoede (98% van de bevolking) bij te praten over alles wat ze missen. De denk- en werkmodellen stapelen zich in een razend tempo op en het is vrijwel ondoenlijk om alle nieuwe ontwikkelingen nog te volgen. Ik weet het, want ik doe er keihard aan mee. Als ik zie hoeveel aanvragen er rond gaan voor sprekers om iets te komen vertellen over social media, het begint zowaar genant te worden.

Afgelopen zomer start Google met haar netwerk Google+. Ik weet niet of ik het een sociaal netwerk moet noemen. Of het sociale cement wat Google tussen al haar diensten gaat storten? Ik heb echt nog geen idee. Maar ik heb wel het gevoel dat Google+ geen eendagsvlieg is. Dat er meer in zit dan wat we nu zien. Dat het nog maar de top van de ijsberg is. Sinds een week kun je bedrijfspagina’s maken op Google+. En daar mist een hoop aan. Zo is er geen multi-admin mogelijkheid. Je ziet niet heel makkelijk met welk account je aan het schrijven bent, je kunt bedrijfsaccounts moeilijk overdragen en de fraudegevoeligheid is nog hoog. Maar weet je, ik vind dat Google+ wel wat hebben. Lekker weer wat pionieren, ontdekken, proberen en gewoon doen.

Maar de tijden zijn toch wel veranderd. Nog geen uur na de aankondiging van de bedrijfspagina’s staan de eerste criticasters al het hardst te schreeuwen op Twitter en Facebook. De dagen die volgen laten een stroom aan blogposts zien waarom je toch vooral geen Google+ bedrijfspagina moet maken. Of juist wel. Er is al een Google+ for Dummies geschreven en je kunt er vergif op innemen dat ruim op tijd voor de feestdagen het eerste Engelstalige marketinghandboek voor Google+ op de markt verschijnt. Marketing- en communicatiebudgetten voor 2012 zullen een oormerk krijgen om “iets met Google+” te gaan doen. Ik voorspel voor het einde van het eerste kwartaal het eerste Google+ congres in Nederland. Of in elk geval een marketingcongres waar Google+ een groot deel van de slides en de tijd zal innemen. De eerste cases worden gepresenteerd, de eerste cijfers worden getoond.

Ondernemen betekent meer dan winstgevende activiteiten ontplooien. Ondernemen heeft te maken met pionieren, ontdekken, proberen en gewoon doen. Waar is dat gebleven? Waar is het proberen gebleven zonder de hijgende adem van aandeelhouders, management en CEO’s in je nek of je wel genoeg rendement haalt uit je online experimenten? Waar is de durf gebleven om iets te gaan doen en over een paar maanden te zeggen dat je fout zat? Waar is het lef gebleven om nu eens niet te luisteren naar de experts? Waarom nodig je weer iemand uit het sprekerscircuit uit terwijl je al je informatie gewoon online kunt vinden? Ga nu eens echt nadenken welke conversatie je met je publiek wilt in plaats van weer te zoeken naar de zoveelste Get Rich Quick ponzi-scheme.

Ga gewoon eens aan de slag. Ga het proberen. Ga iets doen. Wie weet leer je er meer van dan van de zoveelste spreker met het standaard verhaal.

Godspeed!


The social web responds... (powered by webmentions)