5 favoriete blogs, voor #blogpraat

Met een schuin oog hield ik vandaag de #blogpraat kolom in Tweetdeck in de gaten. Gelijktijdig stond op TV de WWDC aan, de developers-conferentie van Apple waar veel nieuwe ontwikkelingen worden gepresenteerd. Dus de maandelijkse Blogpraat moest even wijken voor de actualiteit. Desondanks wil ik toch nog een kleine bijdrage leveren. Een van de vragen van moderator Elja deze avond was Wat is je favoriete blog?

Dat blijft toch een lastige vraag voor me. En altijd een intrigerende. Ik heb niet één favoriet blog. Het is meer een mengelmoes van blogs die in een bepaalde periode interessant zijn en ik een tijdje volg. Dan vallen ze weer weg. Dan komt er een nieuwe bij. Zo meander ik een beetje door dat bloglandschap. Dus kom, vooruit. Nu ga ik dus niet Mijn Favoriete Blog geven, maar een lijstje van wat boeiende blogs die ik de laatste tijd volg. Uit de grote lijst van 262 blogs die in mijn feedreader staan.

Scripting.com

In alle lijstjes is er toch altijd wel een constante. Dave Winer en zijn Scripting.com is iemand die ik al bijna 20 jaar volg online en hij blijft me altijd weer verbazen met zijn blog. Ik lees niet alles, zijn sport en politieke blogs kunnen me worden gestolen. Maar zijn visie op software ontwikkeling en natuurlijk zijn CV als het gaat om de ontwikkeling van het weblog-ecosysteem, die vind ik nog altijd de moeite waard.

Colin Walker

Een van de voorlopers en bruggenbouwers op het IndieWeb. Zijn blog bestaat uit korte, snelle updates en wat langere verhandelingen over de ontwikkelingen rondom online publiceren. Ik hou er van hoe hij zijn blog écht gebruikt als centraal conversatiemechanisme over allerlei netwerken.

What the fuck have you done

Fotograaf en persoonlijke held Glen E Friedman en zijn blog. Wederom niet een blog die ik volledig spel of alles kijk wat hij post. Soms zitten er pareltjes tussen uit zijn eigen punkrock en hiphop geschiedenis. Naast fotograaf tevens politiek activist.

Schrijfvis

Ik ontdekte dit blog recent. Er zijn duizenden blogs die gaan over hoe je beter leert bloggen. Maar Dennis gaat echt in op het beter leren schrijven. Niet zozeer welke plugin of welke theme je moet hebben. Maar over de kern van het online publiceren, goed schrijven. Korte en krachtige tips. Aanrader.

The Sweet Setup

Misschien geen blog in de traditionele zin van het woord, maar ik hou van dit Mac-nerd-kasteel waar de makers de beste apps adviseren voor MacOS en iOS. Afgaand op de keuzes die ze maken, kan ik vrijwel alles onderschrijven en weet ik dat ik blind op nieuwe adviezen in kan gaan. Mits de apps betaalbaar zijn…

Oh…nog één ding…

Ik zie tijdens het doorlopen van mijn feedreader voor deze blogpost dat Seth Godin na jaren overstapt van zijn gehoste Typepad account naar een eigen WordPress installatie op een nieuw domein. Het maakt voor iemand met zijn status eigenlijk niet zo heel veel uit, maar toch vind ik het bijzonder.

Je eerste inspiratie

Wat geeft jou de inspiratie om online iets te gaan doen? Wanneer besloot jij om dat blog te beginnen, of die podcast op te nemen? Veelal is het een ander blog of een andere podcast die je over de streep trekt om zelf iets te gaan maken. Om zelf te produceren in plaats van alleen te consumeren. Hoe meer diversiteit we kunnen houden online, zowel in inhoud als in stijl, hoe beter dat is voor het internet. Het open web blijft een groot goed waar we zuinig op moeten zijn en vaak voor moeten strijden.

Dat zijn een paar van de boodschappen die ik haalde uit de (lange!) editie van The Internet History Podcast waar Dave Winer werd geïnterviewd. Dave is de Original Blogfather wat mij betreft. Hij is misschien niet de originele uitvinder van het bloggen, maar zijn staat van dienst is indrukwekkend. Hij was voor mij één van de inspiraties om zelf te publiceren. Om zelf online te schrijven en op die Publish knop te drukken. Punkrock Publishing noem ik het.

In het lange interview met Winer gaat hij in op die inspiratie. Voor hem zijn die blogs en die podcasts en vloggers relevant die er voor zorgen dat een groeiende groep mensen geïnspireerd raakt om hetzelfde te doen. Dat hoeven niet “de eerste” blogs te zijn. In die begindagen waren er een aantal die zeker een groeiende groep mensen inspireerden om hetzelfde te gaan doen. Voor mij was dat zoals gezegd Winer met zijn Scripting.com, maar minstens zo belangrijk waren Tonie.net en Alt0169.com voor me.

In de podcast gaan ze er nog verder op door en daar komt een wezenlijk inzicht uit. Vrijwel alle blogs, podcasts en andere online uitingsvormen die een katalysator zijn voor anderen, zijn gestart door individuen. Ze zijn niet gestart door bedrijven, bureaus of merken die “iets op internet wilden”. Het gros van deze katalysators zijn gestart door mensen die vonden dat ze iets te vertellen hadden. Natural Born Bloggers noemt Winer ze. De angst bestaat dat het web meer en meer onder de controle komt van een paar grote bedrijven. Gelukkig blijven er genoeg initiatieven om het web open en toegankelijk te houden. Niet alleen voor ons, wij mogen ons gelukkig prijzen dat we een relatief goede toegang tot informatie hebben. Maar in andere landen zijn er nog genoeg studenten, activisten, journalisten en politieke dissidenten voor wie dat ene stuk moeilijker is en moeilijker wordt.

Genoeg inspiratie om te blijven schrijven en delen op je eigen digitale zeepkist lijkt me!

Het ritme en het archief van Frankipedia

Lieve lezers, vreest niet! Ik ben er nog steeds en ik ben nog altijd online. Echter, het leven haalt me soms in en het schrijven van een blogpost schiet er dan bij in. Zoals een recente lezer me al eens mailde, “Je schrijft voor je lezer” en hoezeer ik daar het niet 100% mee eens ben spookt het wel steeds in mijn hoofd. Deze plaats dient meer te zijn dan alleen een stortplaats voor losse links, kleine gedachten en halfbakken verhalen.

Toch maakt dat een blog juist persoonlijk. Juist die losse gedachten. Die links die ik her en der plaats. Cory Doctorow, auteur van menig geweldig sci-fi book en auteur op BoingBoing, een van de langstlopende blogs, schreef hier in 2002 al het volgende over

The upshot is that operating Boing Boing has not only given me a central repository of all of the fruits of my labors in the information fields, but it also has increased the volume and quality of the yield. I know more, find more, and understand better than I ever have, all because of Boing Boing.
The nuggets I’ve mined are at my instant disposal. I can use Blogger’s search interface to retrieve the stories I’ve posted with just a few keywords. While prepping a speech, writing a column, or working on a story, I will usually work with a browser window open to Blogger’s “Edit Your Blog” screen, cursor tabbed into the search field. I flip back and forth between my browser and my editor, entering a few keywords and instantly retrieving the details of some salient point – it’s my personal knowledge management system, annotated and augmented by my readers.

(Bron: Kottke)

Zojuist las ik een oudere post van Austin Kleon over ongeveer hetzelfde onderwerp.

I had forgotten how wonderful blogging is as a mode of thinking. Blogging is, for me, more about discovering what I have to say, and tweeting more about having a thought, then saying it the right way. It’s also great to be able to go as long or as short as you want to go.

Het is de val waar ik zelf al jaren in trap en velen met mij die een blog bijhouden. In de dagelijkse mallemolen is het lastig om steeds dat moment te vinden en je gedachten weer even aan het scherm toe te vertrouwen. Enerzijds wil je voorkomen dat het een moetje wordt en je je er makkelijk vanaf maakt met een vlugschrift over wat-dan-ook-die-dag-er-toe-doet. Maar anderzijds kan je zorgvuldig uitgekiende timeslot volledig opgeslokt worden door andere zaken. Ik denk vaak genoeg “als de kinderen op bed liggen dan ga ik eens wat schrijven” om er dan achter te komen dat die aflevering van Altered Carbon zo lekker wegkijkt of je toch wel erg veel artikelen van je favoriete blogs hebt gemist. Dus zit ik weer te consumeren in plaats van te produceren.

Ritme

Dat ritme is dus zo belangrijk en ik denk dat het geen kwaad kan om me er zelf continu op te wijzen dat, hoe klein of hoe simpel ook, elke blogpost is er weer een. Ik bladerde dit weekend eens door het archief van mijn allereerste blog die liep van 2000 – 2005. Ik kwam veel nonsens tegen, maar eigenlijk zag ik een bekende uit het verleden die zichzelf online ontdekt. Van een groot aantal posts wist ik niet eens meer dat ik ze had geschreven. Kijkend door mijn oogharen zag ik dat archief ontstaan, de wegen door de informatie overdaad die ik al 25 jaar op mijn scherm zie. Alles wat ik maar een beetje interessant vond plaatste ik op dat blog. Logisch, want er was niets anders. Maar zoals bij velen is gebeurd, de meeste van dat soort posts zijn de afgelopen 10 jaar verplaatst naar Twitter. Gelukkig heb ik dat archief nog. Het zou toch prachtig zijn als ik al die archieven (punkey.com, Twitter, Lifehacking, Frank-ly etc) kan combineren en ontsluiten op één centrale plaats online. Een soort Frankipedia. Waar je door alle publieke blogposts en tweets kunt bladeren die ik ooit heb gepubliceerd. In dat archief kun je dan het ritme van mijn online leven ontdekken.

Nu is het zaak dat ritme weer op te pakken. De vrijheid en onbevangenheid die ik had op punkey.com om over alles wat ik tegenkwam in korte en bondige posts te bloggen, dat moet er weer in komen. Het is tegelijk een vorm van het IndieWeb denken, het POSSE-principe: Publish on Own Site, Syndicate Elsewhere. Dus als ik weer een interessant artikel zie wat ik op Twitter zou delen, dan moet de route eerder zijn dat ik het eerst hier plaats, als tweet, en vervolgens op Twitter deel. Daarbij hoef je als lezer niet per se hier te komen via Twitter, de tweet kan nog net zo goed direct naar de link gaan die ik wil delen. Maar zo krijg ik op deze plaats wél alle relevante links bij elkaar.

Er zijn genoeg mogelijkheden om dat te bewerkstelligen, maar inmiddels zit ik al weer tot mijn oren in allerlei projectjes om dit domein weer te vullen. Zo ben ik nog steeds bezig om punkey.com weer goed lopend te krijgen. En ik zat vanavond te werken aan een manier om mijn bookmark-archief op Pinboard te ontsluiten op deze blog, een beetje zoals Brett Terpstra doet met zijn Web Excursions. Maar dan op mijn manier. Al met al blijft het een leuke hobby en ben ik wederom blij dat ik er geen inkomsten uit hoef te halen.

John Perry Barlow, internet pionier (1947 – 2018)

Vandaag is John Perry Barlow overleden. Voor de gemiddelde internetter een volslagen onbekende. De 70-jarige Amerikaan speelde echter een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het internet. Barlow zette zich vooral in voor een vrij en open internet wat voor iedereen toegankelijk is, ongeacht ras, geslacht, sociale klasse of afkomst. Waar iedereen zijn of haar ideeën mag delen zonder de angst om er voor te worden vervolgd of het zwijgen wordt opgelegd.

Eulogie

Een aantal relevante online titels schrijven over het leven en werk van Barlow. Natuurlijk de Electronic Frontier Foundation, mede opgericht door Barlow.
BoingBoing’s Cory Doctorow schrijft een mooi verhaal over zijn goede vriend.
Wired duikt diep in zijn leven online en als mede-auteur van vele Grateful Dead songs.
Kottke haalt Barlow’s Principles of Adult Behavior weer naar boven.

Maar vooral zijn Declaration of the Independence of Cyberspace is een geschiedkundige piketpaal voor me. Als Aaron Swartz The Internet’s Own Boy is, dan is Barlow zeker een van de vaders. Niet in de minste plaats omdat de eerste sterk is beïnvloed door de laatste.

In de zomer verschijnt de biografie van Barlow. Ik weet al wat er op mijn vakantieleeslijst staat!

Mijn highschool films op orde dankzij Airtable

Naast internet, bloggen, muziek en biertjes heb ik nog een liefde. Ja vrouw en kinderen natuurlijk, maar een hobby-liefde. Al weet ik niet of je het een hobby kunt noemen. Evenzogoed, zoals we allemaal een favoriet filmgenre hebben, ben ik redelijk dol op highschool-films uit de jaren ‘80. Elke veertiger die dit leest kent ze, Pretty in Pink, St. Elmo’s Fire en de topper The Breakfast Club.

Ik hou van de onschuld in die films, het soms zo simpele leven waar enorm moeilijk wordt gedaan over pietleuterige dingen. Zoals volwassen worden, verliefdheid, ruzie met je ouders. Van die dingen waar je later met weemoed naar terugkijkt als je hoofd overloopt van gezinslogistiek, hockyschema’s, administratie-achterstand en o ja, iets met winterbanden en de auto.

Highschool films dus. Je zult me er binnen afzienbare tijd meer over horen, maar ik wil het hier even hebben over een fijne online tool die ik ontdekte om mijn eigen overzicht te maken van films. Airtable.

Wat is Airtable

Airtable is een online app (zowel gratis als betaald) waarmee je je eigen spullen kunt organiseren. Of mensen. Of ideeën. Of wat je maar wilt organiseren: Een huwelijk, je boek, vakantie of ruimtereis. Airtable is een kruising tussen Google Sheets en een database. Zonder allerlei moeilijke codes, formules en commando’s die je moet onthouden. Door de rigide structuur van een spreadsheet, rijen en kolommen, ga je als vanzelf aan de slag om de juiste tabellen te maken.

Templates in Airtable

Als je een nieuw product ontdekt is het altijd wat angstig om naar een blanco scherm te staren. Je kunt alle kanten op, maar welke kant kies je? Airtable biedt een aantal templates waar je direct mee aan de slag kunt. Een digitale content kalender, bug tracking, film productie of een kampeertrip. De templates bieden een prima start waar je zelf op kunt uitbouwen.
Airtable is fun wat mij betreft. Bij spreadsheets en databases denk je toch al snel aan saaie schermen voor velden, rijen, formules en gedoe. Airtable maakt het met hun app leuker én vooral sneller om iets in te voeren en slim weer te geven.

Wat heeft Airtable met highschool films te maken?

Vanwege een opkomend project wilde ik een beter overzicht hebben van de films die in mijn favoriete genre vallen. Natuurlijk zou dat in Evernote kunnen of Dropbox of Google Spreadsheets. Maar Airtable biedt net die flexibiliteit die ik nodig heb voor dít project. En het overzicht om te switchen tussen films, acteurs en regisseurs. Ik kan mijn eigen filters maken en overzichten van specifieke films. Je kunt mijn overzicht in wording terug vinden in Airtable Universe, een enorme bibliotheek waar gebruikers hun eigen Airtable project hebben gepubliceerd. Natuurlijk is het mogelijk om een specifiek overzicht van de data in te sluiten op andere sites. Zoals ik hier onder doe. Alle films waar ik al een filmposter van heb toegevoegd

Waarom zou je Airtable gebruiken?

De reden om Airtable te gebruiken is voor iedereen anders. Ik zie in het Airtable Universe geweldige voorbeelden van simpele relatie-databases, product-overzichten en een overzicht van alle Star Trek boeken ooit gemaakt. Je hebt vast eens een project waar je snel en eenvoudig data wilt invoeren en weergeven op verschillende manieren. Airtable is wat mij betreft daar een prima instrument voor.

Disclaimer: Airtable werkt met een creditsysteem. Als jij lid wordt via een link van mij hierboven (of deze link) dan krijg ik credits voor een Premium account. Je hoeft het niet te doen natuurlijk. Maar ik zou het wel leuk vinden. En extra disclaimer, mijn lijst met films is nog niet af. Er volgen er nog meer!

Het woord weblog is 20 jaar oud. En nu?

Wikipedia stelt het erg duidelijk

The term “weblog” was coined by Jorn Barger on 17 December 1997

Ik wilde het wel zeker weten. Het zou niet voor het eerst zijn dat ik naderhand terecht wordt gewezen voor een foutieve quote of een verkeerde aanname. Een korte zoektocht op het Internet Archive geeft twee mooie bewijzen.

  1. De originele pagina van maker Jorn Barger waar hij op 17 december 1997 het woord WebLog noemt.
  2. Een archief-copie van zijn weblog die de duidelijk estructuur heeft die we kennen: Links en korte omschrijvingen die in chronologisch omgekeerde volgorde zijn door te nemen.

Barger begon zijn Robot Wisdom site al in 1995 maar publiceerde voornamelijk essays over internet cultuur, AI en James Joyce. Pas in 1997, geinspireerd door de site van Dave Winer, Scripting News, en omdat zijn eigen site op Frontier draaide, de software van Winer, besloot Barger dagelijkse posts op Robot Wisdom te maken. Barger noemde deze nieuwe vorm van publiceren WebLog en deed dat volgens eigen zeggen om “een publiek te vinden die de verbindingen kan zien tussen zijn vele interesses
Ik vind het opvallend dat Dave Winer, toch vaak gezien als de godfather van het bloggen, niet claimt dat hij de bedenker is. In dit artikel geeft hij er wel een mooie draai aan: “Velen zien mijn site als inspiratie voor hun blog, dus heb ik indirect de blog revolutie in gang gezet”. Of ge-_bootstrapped_ zoals dat zo fraai heet.

Vind een publiek

Ondanks de tanende populariteit van blogs onder het grote publiek is er nog altijd een actieve groep enthousiastelingen die een eigen blog bijhouden. Die hun eigen moederschip houden, naast de satellieten op sociale netwerken. Of ze nu gebruik maken Indieweb principes als POSSE en PESOS, dat maakt niet zoveel uit.
Een groep enthousiaste schrijvers die controle hebben over de lengte van posts en over de onderwerpen. Over de regels die er gelden op jouw domein. Een groep mensen die een eigen publiek vinden en onderhouden. Voor wie social media zeker wel een belangrijk middel zijn om een publiek te vinden en er conversaties mee te hebben. Maar voor wie een eigen plaats om een eigen stem te hebben minstens zo belangrijk is. En wellicht daar een publiek bij vinden.

17 december 2017

Goed, op de 17e is het woord dus 20 jaar oud. Is het de moeite waard om te vieren? Om er op enige wijze aandacht aan te geven? Ik verwacht geen spectaculaire terugkeer van het bloggen, waarbij eenieder zijn Twitter of Instagram profiel laat voor wat het is en terugkeert naar zijn Blogger of WordPress account.
Maar weblogs en blogs hebben wel aan de basis gestaan van alle ontwikkelingen op het gebied van zelfpublicatie op het web. Ze hebben aan de wieg gestaan van de democratisering van de creatie, publicatie en distributie van verhalen.
Blogs zorgden en zorgen er nog steeds voor dat je op onafhankelijke en duurzame wijze je eigen verhalen kunt vertellen, verspreiden en bewaren. Ik vind het zonde om dat gewoon voorbij te laten gaan “omdat blogs er niet meer toe doen”, iets wat ik steeds vaker hoor.
Heb je een idee om online op een manier aandacht te geven aan deze mijlpaal? Misschien een overzicht van relevante bloggers uit die 20 jaar? Nationaal als internationaal? Of je eigen favorieten uit de jaren dat je blogs volgde? Ik sta open voor alle ideeën, mits ze een beetje uitvoerbaar zijn in de drukke Decembermaand en geen enorme investering zijn in tijd en geld.

Je kunt je gedachten natuurlijk achter laten in de reacties hier onder of me vinden op bijna alle grote en kleine sociale netwerken. Veelal onder de naam @frankmeeuwsen.

Blog on!

PS: Ik heb het domein Bloghelden.nl nieuw leven ingeblazen. Nooit geweten dat je met Github Pages zo eenvoudig een pagina kon maken!

Blogdrift

Gisteren vroeg mijn goede vriendin Gonnie me waar die plotselinge blogdrift ineens vandaan kwam. Ik was er even stil van. Niet alleen omdat ik moest nadenken over het antwoord, maar ook voor de term die ze gebruikt. Blogdrift.

Daar zit iets moois in.

Het deed me denken aan de term Ontdekkingsdrift. Ronald van Schaik van Kaliber gebruikte deze term volgens mij voor het eerst. Misschien heeft hij het weer ergens anders vandaan, maar dan houdt hij zijn bron goed verborgen. Mooi zo.

“Niet alleen de behoefte om kennis te hebben van ontwikkelingen, maar ook te begrijpen hoe dat toe te passen”

Aldus van Schaik. Dat zegt hij mooi. Ik ken hem langer dan vandaag en ik weet en voel dat hij het meent. Tot in het diepst van zijn vezels. Sterker nog, ik weet dat we elkaar aansteken en inspireren. Waar hij zijn eigen ontdekkingsdrift tot uiting brengt in het fantastische bureau wat Kaliber is geworden, dat is wat ik probeer te doen in mijn blogdrift. Dat wat ik online ontdek, proberen te snappen en toe te passen. En misschien doe ik dat professioneel niet altijd even handig of regelmatig, maar ik weet dat ik de kunst in me heb om al die losse draadjes die ik overal verzamel op een gegeven moment weer aan elkaar kan knopen en er iets van weet te maken. Dat jochie van Van Schaik maakt er een mooi bureau omheen, ik fröbel wat aan met online getik.

Produceren en consumeren

Blogdrift dus. Zoals ik al zei, ik moest even nadenken over het antwoord en op dat moment kwam er eerst nog iets anders uit dan wat ik zojuist schreef. Mijn eerste antwoord aan Gonnie waar die blogdrift vandaan kwam:

Het besef dat ik mijn tijd beter kan besteden door iets te produceren dan alleen tijdlijnen te consumeren

Het is te makkelijk om in elk leeg moment een tijdlijn te openen. Of dat nu Twitter, Facebook, Reddit, Instagram, Snapchat, Whatsapp of elke andere app is. Het is niet per se iets waar ik moeite mee heb. Maar de spaarzame tijd die ik al heb buiten werk en gezin om ga ik niet verdoen met alleen bekijken wat anderen doen. Dan draag ik liever weer iets bij. Op mijn manier.

De afgelopen jaren heb ik net zo hard als veel andere bloggers van weleer de pen laten liggen en vooral de snelle reactie gezocht. Natuurlijk op Twitter, maar net zo goed op Instagram of andere plaatsen. En dat is niet zo raar. Als ik naar mijn oude blogposts kijk, dat zijn eigenlijk verkapte tweets. Even iets delen. Even snel een link de wereld in slingeren. Maar er was niets anders dan je eigen plek om dat te doen. Tot Twitter kwam.

Hetzelfde geldt voor foto’s. Flickr was er al lang als plaats om je eigen foto’s te archiveren en te delen, maar die site heeft de boot op mobiel volledig gemist. Die is ingenomen door Instagram. Natuurlijk kun je Instagram foto’s op je eigen site zetten maar waarom zou je? Je netwerk zit al op Instagram.

Kerouac

Nogmaals, het is allemaal niet raar en het zijn steeds stappen die we als industrie zetten om voorwaarts te gaan. Echter, ik kan me steeds slechter vinden in de neveneffecten van die stappen. De ongebreidelde dataverzameldrift (daar is die drift weer!), de ongegeneerde stappen die deze giganten zetten om nog meer over jou en je netwerk te weten. Hoe het management klaarblijkelijk verlamd van de neveneffecten in boardrooms zit en zich afvraagt wat er is gebeurd de laatste paar jaar.

Daarom wil ik weer meer in eigen hand hebben. Maar er is nog een reden.

Ik merk dat ik de laatste jaren minder scherp kan denken. Minder goed uit mijn woorden kan komen en steeds vaker zoek naar de juiste woorden. Het lijkt wel of het makkelijker is geworden om in 140 of 280 karakters iets te roepen en dan zie je wel weer verder. Maar een coherente structuur opzetten voor een verhaal wat iets langer is. Waar ik speel met woorden, zoek naar een analogie, andere vormen probeer om iets te beschrijven. Het lijkt wel of ik dat wat ben kwijtgeraakt. Ik wil mezelf weer meer dwingen om dieper na te denken over bepaalde onderwerpen. Wat meer reflectie en wat minder “shooting from the hip”. Ik weet dat ik geen geschoolde journalist/schijver/wetenschapper ben dus echt bedreven zal ik er nooit in worden. Ik kan het natuurlijk altijd proberen.
Ik mag natuurlijk niet vergeten wat ik Henk-Jan Winkeldermaat ooit in een video toevertrouwde, over onze gezamenlijke held Jack Kerouac:

Begin maar gewoon te typen en te rammen en je ziet wel wat er uit komt.

Dat moet wel blijven. Maar ergens mag dat rammen en typen wel wat minder aan de oppervlakte blijven. Dieper gaan. Meer uitleg geven. Meer kanten belichten. Hoe ik dat moet gaan doen, dat weet ik nog niet. Ik zie het niet zitten om op allerlei schrijfcursussen te gaan, dat zijn toch ook gewoon formatjes die je dan opgelegd krijgt. Geen zin an.

Goed. Blogdrift dus. Nou, dat is bovenstaande wel volgens mij.
Een fijn stukje van me af tikken omdat ik een Whatsapp kreeg over dat woord. Mooi woord. Misschien moet ik er een ondertitel van maken. Een geuzenaam. Bij deze maar gedaan. Zie de kop boven elke pagina.

Op naar meer blogdrift!

Foto: Mark Harpur (Unsplash)

Punkrock Publishing

Vandaag las ik dit veel gedeelde artikel van Mike Monteiro over de teloorgang van Twitter. Of in elk geval, zijn perceptie van de teloorgang van Twitter. Welnu, het gaat me nu niet over Twitter en of ze over een jaar niet meer bestaan.

Soms zijn er artikelen waar een paragraaf je kan raken. Of een zin. Een woord. Dat gebeurde bij mij met het artikel van Monteiro. Hij beschrijft het internet eind jaren ‘90.

“It felt like punk rock for publishing on a global scale.”

Dave Winer is één van mijn helden. Ik heb dat wel eens vaker geschreven, inclusief de bijzin dat ik zijn software niet altijd begrijp en heel vaak on-af vind. Maar Dave als longtime blogger, mede-bedenker van RSS en podcasting is de facto een held voor me. Hij schreef vrijdag op zijn blog

“I knew when I saw the web that’s what I had been born to do. Just because people want to use Facebook doesn’t change that simple fact.”

Ik schreef het zelf al in Bloghelden (nu open source!)

Bloggen is Pushbutton Publishing.

Een paar maanden terug ontdekte ik de service Micro.blog. “a timeline and publishing platform for the open web”. Niet gratis. Je komt er niet zomaar op. Je moet een uitnodiging krijgen en dan ook nog eens betalen om het te kunnen gebruiken. Een typisch gevalletje Indieweb denken. Je betaalt zodat jij en je data niet het product zullen worden. Jij bent in controle en jouw content kan alle kanten op. Het heet ook wel de POSSE approach: Publish On your own Site, Syndicate Elsewhere.

Ik wacht nog geduldig op de uitnodiging van maker Manton Reece terwijl ik met plezier naar zijn dagelijkse 5 minuten podcast luister waarin hij kort vertelt over de vorderingen en issues waar hij tegenaan loopt.

Van Mastodon naar Twitterbots naar een overview van goede Nederlandse blogs. Ik blijf altijd van die zijprojecten starten om ze later door tijdgebrek weer vaarwel te zeggen. Of in hibernation mode te zetten. Bloggen is iets wat ik al jaren doe en waarschijnlijk zal blijven doen. Soms met pauzes, soms weer in overdrive. Op een eigen domein, in mijn eigen tempo. Zonder contentkalenders, thema’s en op-social-webinars-geleerde anekdotische succestrucs. Maar gewoon, omdat ik het wil wanneer ik het wil op de manier die ik wil.

Punkrock publishing dus.

Foto credits: Andere held Glen E Friedman.

Blogheld Wim de Bie

In 2010 publiceerde ik het boek Bloghelden, een persoonlijke geschiedenis van de Nederlandse weblogwereld tussen 1995 en 2005. Een van de bloggers die ik interviewde was Wim de Bie. Een hele eer om bij hem thuis te zijn en hem in zijn werkkamer te spreken. Daar waar hij al die geweldige stukken voor Bieslog schreef. Op 6 januari is Wim de Bie te gast bij Top Names van Fast Moving Targets. Daarom vind je hieronder het interview wat ik met Wim had, zoals het in Bloghelden is verschenen.

Bieslog header

##Wim de Bie

Ik vind bloggen een vorm van snelcolumnisme

http://www.bieslog.nl

Na het stoppen van Keek op de Week met Kees van Kooten vond ik het prettig om door te gaan met wat ik het liefste deed, uitzenden. Ik wilde altijd al dingen vertellen tegen een publiek en ik vond dat ik dat moest blijven doen. Uitzenden in de media is de motor van al mijn doen. Ik zag de eerste stappen van Alt0169 op het web en ik vond dat direct erg fascinerend. Corrie Gerritsma en haar initiatieven met de webcam zijn voor mij de reden geweest om dat begrip uitzenden via internet te gaan ontwikkelen. We hebben toen al meteen live experimenten gedaan. Zij liet mij zien wat er mogelijk is online. Ik heb haar later voor Bieslog geïnterviewd.

Ik heb op Blogspot een eigen account aangemaakt in juli 2001 en ben zelf gaan experimenteren met het medium weblog. Ik noemde het mijn eigen krantje, zo heb ik het altijd genoemd. Door mijn historie met tv en radio voelde ik me zowel de hoofdredacteur van mijn krantje en een programmamaker. Dus ondanks dat eigen krantje op het internet had ik wel het gevoel dat ik hier meer van kon maken. In de zomer van 2001 heb ik bij de VPRO een plan weggelegd voor een eigen programma op internet. Gebaseerd op een weblog inclusief beeld en geluid. De VPRO zag dat plan zeker zitten en we gingen aan de slag om het waar te maken. Op 20 februari 2002 startte ik met Bieslog.

Bij de start van Bieslog hield ik vast aan dezelfde twee uitgangspunten die ik voor mijn eigen krantje had:

  1. Het moet persoonlijk zijn, dan kun je namelijk alles behandelen.
  2. Het moet dagelijks, ook in het weekend. Als het kan twee tot drie keer per dag

Ik heb me daar zo veel mogelijk aan gehouden. Aan de andere kant, ik zou ze zo bijstellen als daar de behoefte aan was, maar in de praktijk bleek dat niet nodig. Deze uitgangspunten werkten goed voor mij.

Ik had wel een deadline voor mezelf. Elke ochtend om negen uur moest er iets staan. Want als je programmamaker bent dan hou je aan dit soort regels vast. Dit was de enige regel die ik overnam uit het klassieke programmamaken. Voor de rest vond ik het een openbaring dat ik me aan geen enkele regel hoefde te houden. In de tijd van Keek op de Week hadden we altijd 25 minuten uitzendtijd op de zondagavond. Als we zo’n programma gingen maken dan moesten we uitgebreid en ver van tevoren al doorspreken wat we gingen doen. Maar met Bieslog had ik ineens alle vrijheid of ik iets in tekst, beeld of geluid wilde doen. Mijn stukjes konden elke lengte hebben, ze konden over elk onderwerp gaan, zolang het maar persoonlijk was. Als ik met Kees dit medium eerder hadden gekend, dan waren we er zeker samen mee aan de slag gegaan.

Ik had een dagtaak aan het blog. Het was voor mij een betaalde baan, daarom voelde ik me een vreemde eend in de bijt. Dat verwijt kreeg ik weleens van anderen, dat ik betaald werd voor het bloggen. Ik heb me nooit een blogger genoemd, ik vond dat ik niet in die cirkel thuishoorde. Dat is geen dedain of arrogantie, maar omdat ik als betaalde programmamaker bezig was, met een technische staf achter me die me konden helpen. Ik gebruikte wel het format en de technieken van een weblog, maar ik ben me programmamaker blijven noemen. Daarom ben ik nooit de Dutch Bloggies komen ophalen, ondanks dat ik wel in de buurt was. De prijzen staan vol trots in de vitrine. Maar ik vond dat ik niet op die uitreiking thuishoorde, omdat ik toch op een andere manier bezig was met het medium dan de andere bloggers. Ik volgde het allemaal wel. De Dutch Bloggies, de weblogmeetings die werden georganiseerd. Maar ik was altijd meer een programmamaker dan een blogger.
Alle artikelen worden bij elkaar gehouden omdat het mijn keuze is. Op den duur ga je wel mijn smaak of invalshoek herkennen en dat vind je leuk of niet. In mijn geval was de persoonlijke inval belangrijk, maar je zag wel nog mijn verleden met de Bescheurkalender en wat typetjes. Maar ik hoefde niet meer strikt satirisch te zijn. Ik was het wel graag, maar ik kon het nog eens over een boek of een film hebben. Ik merkte dat die artikelen op prijs werden gesteld. Die opmerkingen kwamen inderdaad niet via de reacties binnen, want die stonden uit. Ik heb de reacties nooit aangezet. Dat is me niet altijd in dank afgenomen, want het was niet “des internets” om de reacties uit te zetten op je weblog. Maar ik zag het niet zo zitten om de reacties open te zetten. Ik dacht daarbij toch aan de veelvoud van wat ik al per e-mail binnenkreeg en al dat geschreeuw in de reacties. Ik had daar geen zin in en ik zou het zeker gaan modereren, wat me weer tijd zou kosten.

Maar ik heb altijd gedacht: Ik maak iets en ben benieuwd naar het commentaar. Dus stuur me dat per e-mail. Ik heb alle e-mails altijd gelezen en ik doe dat nog steeds. Alles wat ik binnenkrijg lees ik, maar ik beantwoord niet alles.

Bieslog is al sinds november 2008 niet meer actief maar met name de artikelen in dossiers en archieven worden nog steeds dagelijks bekeken. Ik kijk inderdaad elke dag even op de statistieken en ik vind het dan zo leuk om te zien dat er nog steeds mensen zijn die de oude artikelen of filmpjes komen bekijken. Op tv is alles enorm vluchtig, op internet ook, maar desondanks kun je veel nog altijd weer terugvinden, dat is prettig.
Ik vind bloggen een vorm van snelcolumnisme. Ik lees ‘s ochtends iets in de krant en ik wil er dan direct iets over schrijven. Dat hoeft niet, maar je wilt zo snel mogelijk iets delen met anderen. Dat is het rare van het medium, dat het direct wordt gepubliceerd. Ik heb wel overdag artikelen zitten verbeteren. Beetje scherper maken, wat woorden aanpassen, maar ik heb er nooit iets afgehaald.

In Nederland hebben blogs niet echt een rol in de publieke opinie. Het zou mooi zijn als we zoiets in Nederland zouden krijgen. Een echt nieuw geluid wat online klinkt. En nieuwe visie. Daar is internet en daar zijn weblogs het medium voor.

Maar de weblog heeft nu zoveel verschillende betekenissen gekregen. Je ziet nog steeds dat het moeilijk is. Een blog een week bijhouden is niet moeilijk, maar maand in maand uit, dan begint het op werk te lijken. En uiteindelijk krijg je de groep volhouders die steeds kleiner wordt en die richten zich op het maken van echt unieke content.

Ik vind het geen punt dat er juist door het democratische karakter van het medium internet zoveel bagger online komt. Het is waar je zelf voor kiest, wat je het liefste doet. En daar vind je publiek voor of niet, dat is het.

Bieslog is nu wel echt klaar. Ik zou door kunnen gaan. Maar ik wilde het zelf stoppen. Ik was er klaar mee.

Helden van toen en nu

Toen ik in Austin was heb ik de spaarzame tijd tussen sessies, hollandse meetups en jetlag gebruikt om in mijn Personal Brain mindmap rond te snuffelen en eens wat na te denken over zaken die me bezig houden. Dat geldt zowel priv als professioneel. Hoewel ik geloof dat deze twee steeds meer met elkaar in aanraking komen en als je wilt ook makkelijker in elkaar overvloeien zal ik me nu beperken tot de professionele kant. Niet dat het kommer en kwel is priv (verre van!) maar je wilt soms zo eens je grenzen hebben niet?

Zojuist opende ik die mindmap weer en ik kwam uit op het blokje “Helden”. Iedereen heeft helden. Ik denk dat helden van alle tijden zijn en iedereen wel n of meer mensen heeft tegen wie hij opkijkt. Dat kunnen hele persoonlijke helden zijn (in je familie) maar ook publieke figuren. Ik heb zojuist de lijst weer eens gezien en hij is verre van volledig. Maar ik vraag me wel af: hoeveel helden kun je hebben? Hoeveel helden mág je hebben voor het dwepen en namedropping wordt? Of besluiteloosheid? Zijn daar regels of richtlijnen voor? Of is het juist een heldendaad om die regels te doorbreken? Ik wil een paar namen met jullie delen. Wellicht volgen er in de toekomst nog een paar, maar deze namen hebben in zekere zin iets voor me betekent de laatste jaren. Ik volg ze graag, lees over ze, bewonder om wat ze deden of doen en over het algemeen zijn het mensen bij wiens ontmoeting ik zeker even stil zal vallen omdat ik geen goede direct eerste vraag heb. Volgens mij kenmerkt dat een held. Geef gerust je eigen helden in de reacties, een rationale wordt op prijs gesteld maar is niet verplicht! Ik doe een poging bij mijn (onvolledige) lijst wat kenmerken en hoe-en-waarom’s te geven! In willekeurige volgorde

Cory Doctorow – De schrijver van o.a. Little Brother en recent Makers. Met name Little Brother heeft voor mij het eerst echt mijn ogen geopend voor de andere kant van de tijden waar we in leven. Ik was niet achterlijk en snapte ook wel dat privacy en online veiligheid een groot goed zijn. Maar in zijn roman legt Doctorow heel duidelijk een link naar de mogelijkheden die er nu al zijn en de praktijken die misschien over een paar jaar gemeengoed zijn. Of al eerder. Cory is ook een enorm voorvechter van free speech online vanuit zijn oud-voorzitterschap van The Electronic Frontier Foundation, wat ook duidelijk blijkt uit zijn blogposts bij BoingBoing en deelname aan films als bijvoorbeeld RIP a Remix Manifesto. Cory laat me zien dat je ook in schrijven en denken actie kunt ondernemen en anderen kunt inspireren.

Benjamin Franklin – De man die (naar verluidt) ging vliegeren terwijl het onweert en zo wat theorieën over electriciteit wegzette. Maar ook n van de eerste lifehackers en iemand zonder een daadwerkelijke functie. Hij was zowel uitvinder als diplomaat, schrijver, politicus en burgeractivist. Ik weet eerlijk gezegd nog net iets te weinig van de beste man, maar ik waardeer zijn manier van denken over uitvindingen: “as we enjoy great advantages from the inventions of others, we should be glad of an opportunity to serve others by any invention of ours; and this we should do freely and generously.”

Lawrence Lessig – Wat me bij Lawrence Lessig brengt. De man die aan de wieg heeft gestaan van de Free Culture Movement en met name door zijn werk rondom Creative Commons bekend is geworden. Lessig spreekt mij net als Doctorow erg aan omdat hij tegen de heersende opinie ingaat en duidelijk en goed onderbouwd een debat kan aangaan. Hij spreekt mij verder erg aan omdat ik veel van zijn manier van denken en handelen kan leren.

Al schrijvende aan deze post merk ik dat ik nog veel te weten kan komen over deze mensen. Het zijn ook een paar namen die uit mijn vakgebied komen. Ik kan ook muzikanten noemen, bekende politici, wereldleiders, wereldveranderaars. Misschien later nog eens.