Sociale netwerken zijn de nieuwe massamedia

Sinds een tijdje zit ik met een gedachte waar ik te weinig ruimte voor neem om hem verder uit te werken. Zo’n krassend gevoel van binnen over een denkrichting die de moeite waard is om verder uit te diepen. Ik sprak hem deze week uit toen ik met Instaqueen Kirsten stond te praten en zojuist dook hij weer bij me op, al kijkend naar de laatste mooie en persoonlijke vlog van Michael Minneboo.

Toen ik zo’n 25 jaar geleden begon op dat malle internet waren er bergen te verzetten. Want waarom zou een bedrijf een website nodig hebben? We moesten opboksen tegen kranten, TV, radio, magazines. Massamedia. Je kunt een euro maar één keer besteden en velen zagen het nut niet van een domeinnaam en een online aanwezigheid. Stukje bij beetje veranderde dat. Natuurlijk gingen we online en natuurlijk kwamen er websites. De nadelen van de massamedia waren niet van toepassing op online. Geen one-size-fits-all shows en series, geen lineaire programmering, geen overdadige reclameblokken.

Na de eeuwwisseling doemde een nieuwe beer op de weg. We waren wel online, maar wáárom nu ook nog eens iets met sociale netwerken doen? Beginnend bij blogs, doorlopend naar Hyves en uiteindelijk naar de netwerken die we nu kennen. Wederom veel discussie, veel uitleg, veel proberen. Maar we gingen overstag. Zowel als individu als bedrijven en organisaties. Veel kijk- en scrolluren gaan naar een paar grote spelers, terwijl de rest weer een niche zoekt.

Kijk waar we nu zijn. De sociale silo’s zijn de nieuwe massamedia geworden. We besteden gezamenlijk zo veel uren aan de tijdlijnen van Facebook, Instagram, Twitter, TikTok, LinkedIn. We zijn weer terug bij af lijkt het wel. Algoritmes woekeren in elke hoek van de online maatschappij, we kijken Youtube leeg omdat elke vlogger de juiste tricks weet voor de perfecte thumbnail, scene opbouw en contentstrategie, adblockers en adverteerders spelen non-stop Whac-a-Mole en we scrollen ons een ongeluk in de tijdlijnen.

Opnieuw is het tijd om uit te leggen waarom een alternatief nodig is voor op maat gepresenteerde massamedia. Open en decentrale media, waar je meer in controle bent over je eigen online identiteit, waar je meer keuzevrijheid hebt en elkaar kunt vinden ongeacht het platform of protocol wat iemand gebruikt.

Sociale silo’s zijn de nieuwe massamedia, het is tijd voor meer onafhankelijke piratenzenders die beter vindbaar en volgbaar zijn.

Ken je het boek Pirate’s Dilemma van Matt Mason nog (gratis download)? Het lijkt alsof die cyclus nu opnieuw gaat beginnen…

Hoe ik steeds leer met git en Github

Dit blog is mede ontstaan omdat ik beter wilde begrijpen hoe het versiebeheersysteem Git en de bekende dienst Github werken. Door de jaren heen en na veel proberen en testen begin ik inmiddels wel te begrijpen wat de belangrijkste manieren zijn om met git te werken. Afgelopen week belandde ik in een situatie waar ik niet dacht dat het versiebeheer me zou kunnen helpen. Toch is dat gebeurd en het is de moeite waard om hier de uitleg te geven. Hopelijk kunnen anderen er zo in de toekomst weer profijt van hebben.

Let op: Wat nu volgt is een wat technisch verhaal over de werking van het git versiebeheer.

De situatie

Toen ik met dit blog begon schreef ik alles vanaf mijn laptop in tekstbestanden. Die bestanden staan op één centrale plaats op mijn laptop en als de blogpost lokaal klaar is, stuur ik hem naar Github met een paar commando’s.
Daar bouwt Github Pages de website op en presenteert hem. Dat is wat je hier en nu ziet.

De afgelopen maanden zijn de mogelijkheden toegenomen om dit blog vanaf andere plaatsen te updaten. Zo kan ik steeds eenvoudiger via mijn iPhone een update schrijven en publiceren met de app Editorial, even zo goed als ik dat via een Firefox extensie Omnibear kan doen. Hiermee benader ik de huidige situatie van moderne blogsystemen zoals WordPress, waar je op verschillende manieren een post op je blog kunt zetten.

Er is echter een groot verschil tussen WordPress en mijn systeem. Bij WordPress staat alles op één centrale plaats in een database, ergens op een server ergens op het internet. In mijn situatie is de centrale plaats Github, waar alle blogposts in Markdown zijn opgeslagen. Maar die centrale plaats is niet altijd gesynchroniseerd met mijn lokale versie van deze site. Nu kan zich de volgende situatie voordoen:

  • Ik schrijf een blogpost via de Omnibear extensie.
  • Deze wordt op Github opgeslagen en de site wordt opnieuw opgebouwd en gegenereerd.
  • Vervolgens schrijf ik iets via mijn laptop en ik synchroniseer dat met Github.
  • De site wordt weer opnieuw opgebouwd en gepresenteerd.
  • Maar op de een of andere manier wordt de eerste post dan verwijderd, inclusief de geschiedenis die Github normaal opslaat in de commit-history.

Kort gezegd, als ik er niet voor zorg dat telefoon, web en laptop in sync blijven, dan bestaat de kans dat blogposts ineens verdwijnen. Dat is vreemd.

De test

Ik vroeg me af of dit niet is op te lossen. Immers, Git en Github zijn onder andere een soort oneindige stroom van updates in een bestandsysteem, waarbij die updates nauwkeurig worden gedocumenteerd. Het zou toch mogelijk moeten zijn om de verloren gewaande updates terug te vinden en weer in mijn blog te plaatsen? Of er zou een andere manier moeten zijn om dit te voorkomen? Wat een nog betere en meer duurzame oplossing zou zijn.

Ik besloot op een testserver te situatie te reconstrueren. Al snel kwam ik daar een op dat moment voor mij onbekende melding tegen toen ik de fout wilde nabootsen. Ik kon niet zomaar de online versie van de repository overschrijven omdat git dat tegenhield.

Ik kreeg een melding dat mijn lokale versie van het testblog achterliep met de live versie. Ergens zit er dus een check in het git-beheersysteem wat dit in de gaten houdt. En ergens heb ik dat dus weten te overschrijven met mijn eigen blog…

De oplossing

Een van de beste bronnen om snel te leren over specifieke prorgammeertalen is Stack Overflow. Zo leerde ik dat er zoiets bestaat als een dry-run voor veel git commando’s. Hiermee kan ik een commando gesimuleerd uitvoeren. En zó kwam ik er achter dat om een of andere reden ik ooit ergens had ingesteld dat de posts die ik vanaf mijn laptop stuur altijd naar de live server kunnen, zonder de check of de live-versie niet voorloopt op mijn lokale systeem.

Na wat verder speuren kwam ik terecht bij een blogpost uit 2012 die mij ooit hielp in de begindagen van dit blog. Ik was nog niet zo thuis in git en Jekyll en ik wist eerlijk gezegd niet precies hoe het allemaal werkte. Brett Terpstra is een slimme man en als hij een oplossing geeft voor een probleem wat ik dacht te hebben, dan volg ik die oplossing.

Maar nu blijkt zijn oplossing ten eerste niet nodig te zijn. Github en Jekyll zijn inmiddels veel verder geëvolueerd. Ik hoef geen synchronisatie te doen tussen de master branch en de gh-pages branch. Ten tweede geeft de oplossing onverwachte bij-effecten die ik destijds niet had kunnen voorzien.

Ik hoefde slechts één regel in een configuratiebestand te verwijderen en als het goed is werkt alles nu weer naar behoren.

De vervolgstappen

Op een zondagmiddag heb ik weer een hoop geleerd over git en de principes van versiebeheer. Hoe meer ik er van leer, hoe meer ik me verwonder over de mogelijkheden van dit versiebeheer, hoe flexibel het is en tegelijk hoe oplettend je moet zijn op wat je doet. Mocht je ergens een fout maken dan is er vaak een manier om het terug te draaien. Maar het is prettiger om vooraf goed na te denken wat je waar en wanneer doet. Dat maakt het werken met git een stuk prettiger.

Ik wil nu op mijn laptop een script plaatsen wat periodiek checkt of de online versie van mijn weblog-repo synchroon is met de lokale versie. Zo niet, dan moet de lokale versie worden geupdate.
Tevens begin ik meer de kriebels te krijgen dat dit blog op een server draait bij Github. Er is niets mis met Github en het is fijn dat alles gewoon draait. Maar tegelijk zou ik toch wat makkelijker op de server willen rondkijken wat er allemaal gebeurt, de verschillende bouwstenen van dit blog (micropub, webmentions etcetera) beter bij elkaar houden en net wat meer controle hebben over de server zelf.

Genoeg nieuwe klussen voor deze hobbyblog!

Terwijl we al toch…

Terwijl we al toch zo’n 10 jaar gewend zijn om op elkaar te reageren via sociale media, blijf ik het bijzonder vinden om een conversatie aan te gaan via mijn site. Terwijl dat juist is wat Ton bedoelt met zijn opmerking over het commonplace book. Naast de Wunderkammer (zie mijn eerdere post) is het commonplace book een mooie analogie hoe persoonlijke blogs kunnen zijn. Los van teveel formats en “trucs”, maar juist een plek waar (ik quote de wiki-pagina) “the insights offer the tastes, interests, personalities and concerns of their individual compilers.”

Met deze evolutie van mijn eigen blog begin ik me wel zorgen te maken over de vormgeving en de navigatie. Alles is nu even belangrijk en zit op gelijke hoogte. Daar zou ik toch een andere vorm voor moeten vinden.

Blogawards 2013 – Reflectie geeft meer inzicht en achtergrond.

Vandaag mocht ik juryvoorzitter zijn bij de Blogawards voor de School van Journalistiek in Utrecht. Tweedejaars studenten hebben 7 weken in een vak Bloggen gesproken over journalistiek bloggen en dat zelf ervaren door 4 weken lang 3 keer per week een blogpost te schrijven binnen een onderwerp naar keuze. Dit onderwerp, de niche, de richting, die mochten ze zelf kiezen, maar moet wel zijn onderbouwd en te verantwoorden. Het belangrijkste element in de cursus is dat de student zich op professionele wijze als journalist profileert en verantwoord. Welke keuzes maakt hij, welke aanpak, welke vormen.

Daarnaast maakt de student een plan van aanpak, een reflectie en geeft een visie op bloggen. Helaas heb ik die laatste niet gezien of gelezen, ik ben immers geen docent van het vak. Wat me echter opviel vanmiddag was het enorme enthousiasme waarmee de studenten bezig zijn met hun vak. Niet zozeer met bloggen, maar de nieuwsgierigheid spat er bij een groot deel van de studenten af. Vragen stellen, in discussie gaan.

Tijdens mijn gastcolleges voor de studenten ben ik eerlijk: Ik heb geen idee wat journalistiek verantwoord bloggen is. Ik heb me er nog steeds niet echt in verdiept, maar het intrigeert me wel. Zeker na vanmiddag, toen docente Daan Westerink met de genomineerde bloggers kort in gesprek ging. Ineens hoorde ik allerlei redenen om een keuze te maken iets op een specifieke manier te schrijven. Om een bepaald onderwerp niet verder te beschrijven en het te laten rusten. Om juist te kiezen voor een lang formaat en geen eigen mening te geven. Om te ontdekken welke mediavorm je voorkeur heeft.

Die gesprekken brachten plotseling een nieuwe dimensie op alle blogs. Het zou de moeite waard zijn als een jury deze reflectie, deze uitleg, vooraf zou krijgen. De Blogawards zijn een extraatje voor de studenten. Ze hebben allemaal keihard aan hun blog gewerkt en zij die dat extraextra goed doen, zetten we even in het zonnetje. Dus de Blogawards hoeven we niet groter of belangrijker te maken dan nodig. Maar die reflectie in combinatie met het enthousiasme geeft mij een goed gevoel over de toekomst van blogs in Nederland. Als instrument om een portfolio op te bouwen, als kladblok om je stem te ontdekken, als archief om je gedachten te ordenen en terug te vinden, als platform voor je mening en om gelijkgestemden te vinden.

De winnaars van de Blogawards februari 2013

Op de derde plaats zijn geëindigd:
Semiverslaafd – Bob Westland laat op originele wijze zien hoe je participerende journalistiek kunt bedrijven. Door zelf een aantal verslavingen te proberen en ze te beschrijven.
Casus Belli – David Oranje brengt zonder opsmuk, in lange analyses en zonder teveel eigen inbreng de feiten van het Midden Oosten. Bewust zonder eigen inbreng. Om de lezer de kans te geven een eigen beeld en een eigen mening te vormen. Een eigen mening over een moeilijk onderwerp, maar David pakt het goed aan.

De tweede plaats is eveneens gedeeld:
Onderaan – Pakkende portretten van de zelfkant. Tom Franse gaat mee met daklozen en laat in video’s zien hoe het leven op straat is. Rauw.
De Galante Hufter – Deze blog van Kay den Teuling heeft BNN gehaald door een akkefietje met Glennis Grace. Kay pakt een actueel thema en valt het niet aan maar stelt vragen: “Waarom doe je zo?” Mooi gemaakt

alzheimer

De winnaar greep de jury direct vast en liet niet meer los. Josselin Gordijn verhaalt in haar prachtige Wij zijn Alzheimer over haar vader die de ziekte heeft. Van interviews met familieleden tot en met een bezoek aan het Alzheimer Cafe. Josselin beschrijft het integer en met de liefde die ze voor haar vader heeft. Een zeer terechte winnaar volgens ons.

Bekijk tevens alle genomineerden op een rij. Ga deze blogs lezen!

Sanoma stopt met Weblog.nl – een terugblik met de oprichter

Het zat er al een tijdje aan te komen, maar vandaag werd officieel bekend dat Sanoma Media stopt met de weblogdienst Weblog.nl. Na bijna 10 jaar gaat de stekker uit één van de eerste Nederlandse weblogdiensten. In een email aan de gebruikers legt Business Unit Manager User generated content & social (ik verzin dit niet!) Leonard Bukenya uit dat de dienst niet meer kwaliteit heeft die het zoekt en de concurrentie van andere diensten tot deze keuze leidt.

Op Over.Weblog.nl is alle informatie te vinden over het exporteren van je bestaande blog naar WordPress.com

Voor het boek Bloghelden interviewde ik in 2010 Joris Leermakers (@jorisl), de bedenker en oprichter van web-log.
Hieronder kun je het interview integraal lezen zoals het in boek staat. Wil je het hele boek lezen? Download de gratis tekstversie (Creative Commons by-nc-sa 3.0) of mail me voor een fraai vormgegeven printexemplaar.

Joris Leermakers in Bloghelden:

[dropcap]I[/dropcap]k wist niet goed wat weblogs waren tot ik er een keer iets over hoorde op de radio, begin 2003. Ik had weleens wat over het nieuwe online fenomeen gelezen maar kende het nog niet zo goed. Ik was toen nog programmeur bij Creactive en het leek me wel leuk om in mijn eigen tijd een weblogsysteem te maken. Nu ben ik zelf niet een enorme schrijver. Het systeem was niet voor mezelf, maar ik bedacht een manier zodat anderen snel en zonder installatie van software een weblog konden beginnen.”

“In die tijd was er in Nederland nog niets vergelijkbaars met wat ik wilde maken. Natuurlijk was Blogger er al wel en wat andere Amerikaanse systemen, maar er was niets van Nederlandse bodem. Ik kende de weblogsoftware Pivot, maar dat moest je ook zelf installeren op een server. Ik dacht dat er wel interesse zou zijn bij een paar honderd mensen om zonder enige kennis van HTML en protocollen als FTP hun eigen verhalen online te zetten. In de avonduren begon ik te werken aan Web-log. De keuze voor die naam was heel simpel, het domein weblog.nl was al bezet en web-log.nl nog niet.”

“Terwijl ik het systeem maakte heb ik eigenlijk niet naar bestaande systemen gekeken uit het buitenland. Ik had mijn eigen idee over wat een blog moest zijn en dat maakte ik. Een week later, op 5 april 2003 was de weblogtool af en mijn vriendin Aukje was de eerste die het gebruikte. Ze maakte haar eigen weblog aan en begon te schrijven over de alledaagse dingen in ons leven. Gewoon om te testen hoe het werkte en om er op die manier nog wat bugs uit te halen. Op de een of andere manier kwamen er meteen wat mensen op de site om ook een eigen weblog aan te maken. Zo groeide het bezoek eigenlijk elke dag.”

De eerste blogpost op Weblog.nl, op 5 april 2003

[dropcap]I[/dropcap]k had niet het idee om er echt geld mee te verdienen, ik deed het vooral voor de lol en ik vond het leuk om de reacties van mensen te zien en te lezen en zo het systeem verder uit te bouwen. Vanaf dag één had ik een forum voor feedback genstalleerd en ik liet me vooral door die mensen leiden wat er beter of anders zou moeten, zoals betere moderatie en bevei-liging van hun weblogs.”

Adam Curry heeft in de begindagen nog meegeholpen door het hosten van de RSS-feeds. Ik had dat niet ingebouwd en hij wilde dat wel graag, zodat hij in zijn feed-reader onze weblogs kon bijhouden. Hij was helemaal weg van RSS en wilde het graag ondersteunen. Dus stelde hij wat serverruimte beschikbaar om RSS-feeds te kunnen hosten. Dat was maar heel kort want we gingen al snel over op een nieuwe serveromgeving. In augustus liep ik namelijk tegen de grens van mijn server aan, we zaten toen al over de 2.000 weblogs. Eind december 2003 zaten we al tegen de 10.000 weblogs die we hostten. Curry heeft toen een oproep op zijn blog geplaatst dat ik hulp nodig had. Binnen een uur had ik Nils Rooijmans van Ilse Media aan de lijn. Ik had al meer partijen gesproken, maar ik vond Ilse het meest interessant omdat ze al een uitgever waren. Ik had wel het idee dat het in de toekomst interessante mogelijkheden zou gaan bieden. In september 2003 hebben we het nieuws officieel naar buiten gebracht, Ilse Media zou gaan sponsoren met twee servers en een systeembeheerder. Half 2004 hebben ze vervolgens alles overgenomen en kwam ik in dienst van de uitgever. Binnen een jaar was het dus van een zolderkamerproject naar een service bij de uitgever geworden. Bij het eenjarig bestaan hadden we meer dan 35.000 weblogs geregistreerd. Het aantal pageviews ligt dan op ongeveer 17 miljoen per maand, waarvan ongeveer 2 miljoen op de portal. Nog wat andere cijfers uit die tijd: in april 2004 werden er per dag gemiddeld meer dan 200 weblogs aangemaakt, 2.800 blogposts geschreven en 8.000 reacties gegeven.”

“Ondertussen was ik samen met Michiel Houben bezig de service verder uit te breiden. Michiel was vooral bezig met de zakelijke kant van de weblogs, ik hield me bezig met techniek. Later kwam Kim Swagemakers er nog bij voor de marketing.”

“Ik was dus in mijn eentje verantwoordelijk voor de techniek, dat was soms weleens lastig. Er ging weleens wat mis en dan was ik de enige die het kon oplossen. Nu kreeg ik in de begindagen al wel nachtelijke telefoontjes van advocaten omdat die iets op een weblog hadden gelezen wat er niet op hoorde, maar met zo’n groot netwerk was het toch wel andere koek.”

“We begonnen gelijktijdig met GeenStijl en vele andere weblogs en er werd altijd wat denigrerend gedaan over bloggers die op Web-log schreven. Ik heb me daar nooit zo druk over gemaakt. Ik vond het wel apart dat er zo’n verschil was tussen die soorten blogs en dat het zo speelde. Maar het was een andere soort schrijvers. Bij Web-log kwamen de mensen die wel een weblog bij wilden houden maar geen zin hadden in allerlei technische randzaken. De inhoud van de weblogs was wezenlijk anders. Het zijn meer de huis-tuin-en-keukenlogs die op Web-log de toon bepaalden. We hadden een paar marketingblogs die er wel uitsprongen, zoals Petra de Boevere als het Meisje van de Slijterij, Albert Treur met zijn mediaweblog Venturo en Mediacourant.nl. Een ander populair blog was Het Legioen van Feyenoord met ongeveer 150.000 pageviews per maand. ”

“We zijn echt verschillend van Blogo en Blog.nl. Die netwerken zijn op een andere manier opgezet. Wij zijn vooral gegroeid met de individuele blogs en later met de portal sites. Daarnaast hebben we een aantal leuke samenwerkingen gehad met titels van Sanoma, waar Ilse Media onderdeel van uitmaakte. Zo hebben we voor Margriet en Viva de weblogs opgezet. Ik kreeg een mailtje van Sanne Walvisch, de verantwoordelijke bij Viva voor de website, ze wilde iets met weblogs doen. Dat mailtje kwam bij Michiel binnen en een paar uur later hadden ze een eigen weblogomgeving staan en konden ze aan de slag. We dachten nooit al te moeilijk en zochten naar de beste en snelste oplossingen voor die titels.”

“We wilden eigenlijk een sociaal netwerk zijn zoals Hyves is geworden. Bij Ilse hadden ze dat voor ogen maar dat is niet echt uit de verf gekomen. We hebben toen nog WIE online overgenomen in augustus 2004, daar probeerden we het community-idee mee te starten. Maar dat bleek toch moeilijk te zijn, omdat er zoveel soorten blogs zijn en er veel kleine groepjes bloggers waren die elkaar kenden. Er was niet echt een grote gemene deler. We konden er geen goed model omheen bouwen, dus we hebben WIE online gelaten voor wat het is.”

“Ondertussen gebruikt Web-log niet meer mijn software maar zijn ze overgestapt op TypePad van Six Apart. Ik begon het als een hobbyproject met een paar honderd gebruikers voor ogen. Nu is Web-log het grootste weblognetwerk van Nederland. Dan moet je wel de juiste software hebben die dat aankan.”

Aan alles komt een keer een einde, zelfs weblogsoftware. Ik salueer Joris voor het pionierswerk wat hij heeft gedaan in de Nederlandse weblogwereld. Ondanks het verdwijnen van zijn dienst blijft hij een Blogheld!